Toelichting beleidskeuze

Toelichting beleidskeuze 6: mobiliteitssysteem

Sterke en gezonde steden en regio's

Het mobiliteitssysteem (voor zowel personen als goederen) in, rondom en tussen de steden levert een goede bereikbaarheid, modaliteiten zijn onderling verknoopt en worden benut op hun specifieke kwaliteiten. Het stedelijk mobiliteitssysteem draagt bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl.

Steden en regio’s en mobiliteit
In compacte steden kunnen mensen zich gemakkelijker en efficiënter verplaatsen met de fiets, te voet en met het openbaar vervoer (OV). Dat is ook te zien aan het mobiliteitsgedrag van mensen in de stedelijke centra. Ze maken minder gebruik van de auto, meer van het OV en ze lopen en fietsen meer. Dat betekent minder ruimtebeslag, minder CO2-uitstoot en energieverbruik en een gezondere bevolking in de stad. Het mobiliteitssysteem in de stedelijke regio dient dit mobiliteitsgedrag te stimuleren en daar­op ingericht te worden. Een duurzaam en efficiënt stedelijk mobiliteitssysteem creëert ook ruimte voor het verdichten van de woonfunctie én vergroting van de leefomgevingskwaliteit.   

“Het gaat niet meer om de keuze tussen auto, OV of fiets maar om de vraag waar en wanneer welke vervoerswijze het beste past om mensen daar te laten komen waar ze willen zijn”. [1]

Dit vergt in hoogstedelijke gebieden extra inzet voor de aanpassing van het mobiliteitssysteem, via aanvullende fiets­voor­zieningen, fiets- en voetpaden, aanpassing parkeerbeleid en –normen, verbetering OV en betere overstapfaciliteiten tussen de verschillende vormen van vervoer. Afstemming van de inzet van alle publieke en private betrokkenen is nodig om de nieuwe bewoners en ondernemers een op de vraag aansluitend totaalconcept te bieden om te wonen, werken en zich te verplaatsen.

Brede blik op mobiliteit
Vooral in en rondom de grote steden, waar de vraag naar wonen en werken groot is en zal blijven, loopt de capaciteit van het mobiliteitssysteem tegen zijn grenzen aan. Het bijbouwen van de honderd­duizenden woningen in deze grootstedelijke gebieden vereist een omslag in de inrichting van het mobiliteitssysteem, waarbij onder meer een schaalsprong in de OV-infrastructuur nodig is. Nieuwe investeringen in stedelijke (hoofd-)­infra­structuur zijn noodzakelijk om een compacte en duurzame verstedelijking mogelijk te maken. Gebeurt dat niet, dan kan de gewenste stedelijke groei niet plaatsvinden vanwege grote knelpunten in de bereikbaarheid. Voor de grote verstedelijkingsopgave zullen substantieel meer middelen voor investeringen in infrastructuur nodig zijn, ook gelet op de onverminderde noodzaak van investeringen in de verbindingen tussen de stedelijke regio’s. Investeringen die zullen moeten bijdragen aan bereik­baarheid, gelijktijdig duurzaamheid én een gezonde stad stimuleren. In de bredere blik op mobili­teit die hiervoor nodig is, speelt de omvorming van het Infrastructuurfonds tot een nieuwe mobiliteitsfonds een belangrijke rol.

Openbaar vervoersysteem
Versterking van het stedelijk-regionaal OV-systeem is nodig, met de ontwikkeling van aanvullende, hoogwaardige OV-lijnen. Maar dit is niet voldoende. Buiten de stedelijke regio’s zal het privé auto­gebruik een hoger vervoers­aan­deel behouden. Elektrificatie van de auto en de intrede van zelfrijdende systemen kunnen leiden tot een toename in het autogebruik. Bij een hoge automobiliteit zal de druk van het inkomend autoverkeer op de stedelijke regio’s nog toenemen. Ook het wegennet in de stedelijke regio vereist investeringen in de capaciteit van de verbindingen en om deze beter ruimtelijk in te passen in het stedelijk gebied. 

Digitalisering en integratie van het vervoersysteem
De grote stroom automobilisten en reizigers van buiten de stedelijke regio kunnen we alleen goed opvangen door de mobiliteitssystemen beter te verknopen en te integreren. Digitalisering en nieuwe vervoersconcepten bieden daarvoor nieuwe mogelijkheden. In stedelijke regio’s moeten betrokken overheden gezamenlijk keuzes maken over waar modaliteiten verknoopt worden en hoe deze plekken voor deze functie worden ingericht. Aan de rand van de regio of de stad moet ruimte komen voor parkeerfaciliteiten en overstap­voor­zieningen, bij voorkeur gecombineerd met complementaire voor­zieningen waar gebruikers behoefte aan hebben. Daarbij kunnen ook mogelijk­heden gecreëerd worden voor nieuwe woon- of werklocaties. Goede ruimtelijke kwaliteit, goede informatievoorziening en concepten als ‘Mobility as a Service’ (MaaS) maken het voor de reiziger steeds makkelijker over te stappen tussen verschillende vervoerswijzen. Zo kan er per (onderdeel van) de reis de vervoerswijze gekozen worden die het best past bij de reis. Binnen deze ring moeten de kosten van auto- en OV-gebruik zodanig worden afgestemd dat de reiziger een voldoende stimulans krijgt om deze overstap­voor­zieningen ook te benutten. Ook het wegennet in de stedelijke regio vergt investeringen in de capaciteit van de verbindingen en om deze beter ruimtelijk in te passen in het stedelijk gebied.

De dagelijkse mobiliteit vindt voor een deel plaats op bovenregionaal schaalniveau in het netwerk van stedelijke regio’s (vooral tussen naburige regio’s). Goede multimodale verbindingen tussen de stedelijke regio’s zijn noodzakelijk voor het goed functioneren van dit netwerk.

Keer terug naar de hoofdtekst


[1] Rli, Van B naar anders – investeren in mobiliteit voor de toekomst, 2018, zie https://rli.nl/publicaties/2018/advies/van-b-naar-anders?adview=samenvatting