Toelichting beleidskeuze

Toelichting beleidskeuze 4: groengebieden

Sterke en gezonde steden en regio's

De verstedelijking gebeurt geconcentreerd en de grote open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden hun openheid. De groengebieden in de stad en aan de stadsranden nemen in omvang en aantal toe, hebben een goede kwaliteit en dragen bij aan een hoge leefomgevingskwaliteit.

Relatie stad en land
De relatie met het ommeland is zowel voor de stad als voor het ommeland van groot belang. Naast de kwaliteiten van de stad zelf zijn ook de kwaliteit van het omliggend landschap, de bereikbaarheid van groen landelijk gebied en recreatiemogelijkheden belangrijke factoren voor de aantrekkingskracht van de stedelijke regio en de kwaliteit van het stedelijk leven. Andersom bieden steden de faciliteiten en kansen om de vitaliteit en de leefbaarheid op het platteland te vergroten. Kortom: sterke steden kunnen niet zonder een sterk ommeland en omgekeerd.

Als gevolg van een gescheiden ontwikkeling is er langs de randen van veel steden sprake van wisselende ruimtelijke kwaliteit. Op sommige plekken is er een mooie overgang tussen woongebieden en een stedelijk uitloopgebied, met toegankelijke natuurgebieden. Op andere plekken is verrommeling zichtbaar, bijvoorbeeld met loodsen die met de rug naar het landschap staan of met infrastructuur die een grote barrière vormt tussen stad en ommeland. Stadsranden en het ommeland zijn gebieden waar zorgvuldiger mee moet worden omgegaan. Ze kunnen door bestaande of nieuw te ontwikkelen kwaliteiten waarde toevoegen aan zowel stad als land (recreatie, natuurinclusieve stad met doorlopende groenstructuren, klimaatbuffer, enzovoorts).

Een samenhangende benadering van stad en land is daarom noodzakelijk. Het vraagt goede bestuurlijke samenwerking en een ontwerpmatige bovenlokale benadering. De Omgevingsagenda biedt hiervoor een kader.

Keer terug naar de hoofdtekst