L2 ECONOMIE Beleidskeuze 7

Toelichting beleidskeuze 7: locatiekeuze

Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.

In veel gemeenten is de afgelopen jaren werk gemaakt van het transformeren van leegstaande gebouwen. Nieuwe hotels en woningen werden bijvoorbeeld gerealiseerd in de leegstaande gebouwen en bedrijventerreinen werden geherstructureerd en getransformeerd tot woongebieden. Intussen ontstaan er echter nieuwe tekorten. De beschikbare locaties passen vaak niet bij de marktvraag. Hetzelfde geldt voor de leegstaande gebouwen die vaak niet meer courant zijn. Er is daardoor in verschillende regio’s tegelijkertijd sprake van leegstand en tekorten. Werkfuncties komen door de transformatie soms zelfs in het gedrang.

Opname nieuwe kantoren
Van de totale ‘opname’ aan nieuwe kantoren in Nederland is in 2017 ongeveer een derde gerealiseerd in Amsterdam. De top tien gemeenten met de hoogste opname in 2017 wordt gecompleteerd door Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Haarlemmermeer, Eindhoven, Amersfoort, ’s-Hertogenbosch, Hilversum en Amstelveen. Samen goed voor 65% van de totale opname, net als in 2016 [1]. Tegelijkertijd stond per 2017 in heel Nederland gemiddeld 15,9% leeg en is in absolute termen de leegstand vooral in de Randstad te vinden, in het bijzonder rondom Amsterdam en in het Rijnmondgebied [2]. De leegstand daalt intussen verder, maar is nog altijd fors met 5,5 miljoen vierkante meter in totaal in heel Nederland [3]. Gezorgd moet worden dat in onbruik geraakte (en incourante, leegstaande) gebouwen zich nieuwe functies vestigen. Tegelijk moet adequaat aanbod voor handen zijn om geïnteresseerde bedrijven en instellingen te kunnen vestigen.

Leegstand winkelpanden
Het is een grote uitdaging om de oplopende leegstand van winkelpanden een halt toe te roepen. Het gemiddelde leegstandspercentage liep landelijk op naar ruim 9% en in sommige gemeenten gaat het om meer dan 20%. De winkelleegstand concentreert zich verhoudingsgewijs vooral aan de randen van Nederland, voor een deel in krimpgebieden zoals in Friesland en in delen van Groningen [4]. Dit leegstaande overaanbod heeft een negatief effect op de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid en de economische vitaliteit. Regie vanuit een bovengemeentelijke visie op zowel detailhandel als ruimtelijke dynamiek is nodig om de leegstand terug te dringen en het aanbod op peil te houden. Iets vergelijkbaars is nodig voor kantoren en bedrijventerreinen.

Extra ruimte of transformatie
De omvang van die vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Zo verwachten we in de metaalelektro, groothandel, logistiek en distributie en zakelijke dienstverlening een aanzienlijke groei in werkgelegenheid en ruimtevraag. Een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod is daarbij van groot belang [5].

Naast de noodzakelijke ruimte voor ontwikkeling en verduurzaming van economische activiteiten en werkgelegenheid in de economische centra die een nationale betekenis hebben, is voldoende ruimte op de juiste plaats voor elke regio van belang. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma’s en transitieagenda’s op. Deze slaan ook neer in de op te stellen Omgevingsagenda’s. Dit gebeurt in samenwerking met bedrijfsleven, werknemersverenigingen, overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners. De kaders van de nationale belangen van de Rijksoverheid, zoals benoemd in de NOVI, staan hierbij centraal. Belangrijk aandachtspunt is of er daadwerkelijk extra ruimte nodig is of dat gebieden kunnen worden getransformeerd, bijvoorbeeld door beëindiging van sommige bedrijfsactiviteiten (denk bijvoorbeeld aan de overslag van steenkolen).

Keer terug naar de hoofdtekst


[1] Cushman & Wakefield, Kantorenleegstand daalt naar laagste niveau in tien jaar, december 2017.
[2] Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Leegstand van kantoren 1991-2017, 2017.
[3] Cushman & Wakefield, Leegstand van kantoren in Nederland weer verder teruggelopen, juli 2018, zie nu.nl
[4] Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Compendium van de leefomgeving: leegstand van winkels 2004-2017, 2017, via: https://www.clo.nl/indicatoren/nl215105-leegstand-winkels
[5] Zie: BCI/ECB – Economische ontwikkelingen en toekomstige ruimtebehoefte van bedrijfstakken in Nederland. Te verschijnen voorjaar 2019.