L2 ECONOMIE Beleidskeuze 3

Toelichting beleidskeuze 3: bereikbaarheid

Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

Ingezet wordt op een optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden, die belangrijk zijn voor onze economie. Ingezet wordt op het wegnemen van ontbrekende schakels in de infrastructuur en het met elkaar verknopen van nationale infrastructuurschakels.

Bereikbaarheid
Een belangrijke uitdaging is ervoor te zorgen dat de groei en dynamiek in de verschillende steden behouden blijft én ten goede komt aan Nederland als geheel. De menselijke schaal van onze steden, het historische karakter en de uitstekende internationale verbindingen via Schiphol, maar ook via spoor, weg en water hebben niet alleen aantrekkingskracht op toeristen, maar ook op beginnende én gearriveerde ondernemers en instellingen uit de hele wereld. Regionale bereikbaarheid en een goed functionerend woon-werkverkeer is voor het economisch functioneren van onze steden en metropoolregio’s essentieel. Evenzeer belangrijk is dat onze steden een goede milieukwaliteit hebben en leefbaar, aantrekkelijk blijven.

Transportcorridors en achterlandverbindingen
Internationale verbindingen voor goederen en personen zijn van groot belang voor de handelsfunctie van Nederland, maar ook in algemene zin voor het vrije verkeer van goederen en personen en het functioneren van de EU-binnenmarkt. Ook voor de grensoverschrijdende relaties zijn verbindingen belangrijk. Drie (van de negen Trans-Europese transportnetwerk (TEN-T)) corridors lopen door de Vlaams-Nederlandse Delta. Het gaat om de ontsluiting van de Vlaamse en Nederlandse havens naar het zuiden via Frankrijk richting de Middellandse Zee, langs de Rijn richting Alpen en Noord-Italië en naar het oosten via Duitsland naar Polen en de Baltische landen. De toename van internationale goederenstromen zal in de toekomst extra druk op deze verbindingen zetten. Daarnaast is een goede bereikbaarheid van onze grote steden en metropoolregio’s, inclusief Eindhoven en Groningen, belangrijk voor verdere ontwikkeling. Goede verbinding van de regio Eindhoven met de grote Nederlandse steden, het Duitse Rijn-Ruhrgebied, Brussel en Antwerpen is voor deze regio van groot belang.

Verduurzamen transport sector
Tegelijk met het optimaliseren van de internationale bereikbaarheid is het verduurzamen van de transportsector van belang. Een verschuiving van het goederenvervoer over de weg naar vervoer over water of per spoor draagt bij aan verduurzaming. De transitie van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie vergt aanpassing van de energievoorziening van zowel het vrachtverkeer over de weg als de scheepvaart, maar levert een substantiële milieu- en duurzaamheidswinst (lucht, geluid) en draagt bij aan het behalen van de klimaatdoelen. Elektrisch aangedreven binnenvaart [1] kan bijdragen maar vereist faciliteiten om tussentijds de accu’s te verwisselen. Ook andere meer duurzame vormen van vervoer vragen waarschijnlijk extra ruimte in de steden en tussen de steden. Meer walstroom in onze havens zorgt er nu al voor dat uitstoot van schepen middenin de steden vermindert en woningbouw nabij kades mogelijk wordt. Iets vergelijkbaars geldt voor emissieloze stadsbussen en stadsdistributie. Vaak gaat dit hand in hand met meer collectieve aan- en afvoer van producten naar winkels, horeca en andere voorzieningen. Hierbij hoort ook een ruimtevraag en slimme keuzes voor nieuwe ‘distributiecentra’, voor op- en overslag van goederen (multimodale knooppuntontwikkeling) en XXL warehousing rond de (binnen)steden, alsook voor duurzaam vervoer, in en tussen onze steden.

Trein verbindingen
Versnelling en verbetering van de treinverbindingen is ook in algemene zin van belang. De trein kan een aantrekkelijk alternatief zijn voor het vliegverkeer. De betekenis van de stations en stationsomgevingen als vestigingsplaats voor (inter)nationale ondernemingen zou op basis hiervan kunnen toenemen. De tweede generatie sleutelprojecten [2] was daarop gericht. Vaak is de infrastructuur al aanwezig en is het een kwestie van frequentieverhoging of herstel van intercityverbindingen, bijvoorbeeld tussen West-Nederland en het Duitse Rijn-Ruhrgebied. De versnelling van de intercity’s tussen Amsterdam en Berlijn waaraan gewerkt wordt en de nieuwe hogesnelheidstreinen tussen Amsterdam en Londen zijn hiervan goede voorbeelden.

Goederenvervoer
Ook het goederenvervoer over water naar het achterland is een aandachtspunt. Voor de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld de “North Sea Port” (zeehavens van Vlissingen, Terneuzen en Gent) is het perspectief van een vergrote zeesluis bij Terneuzen en de realisatie van de Seine-Schelde verbinding relevant. Dit kan de Noord-Zuid verbinding via de Kanaalzone versterken. Voor het Amsterdamse Noordzeekanaalgebied is de nieuwe zeesluis bij IJmuiden van groot belang. Ook voor de langere termijn is een betrouwbare en gegarandeerde toegang tot zee voor al onze zeehavens van groot belang. Vanuit het perspectief van de (binnen) havens in Nederland, België en Duitsland is ook de (toekomstige) bevaarbaarheid van rivieren een belangrijk vraagstuk voor duurzaam transport over water. De zeespiegelstijging en de veranderingen in neerslagregimes en waterstanden van de rivieren stellen ons op de langere termijn voor nieuwe uitdagingen wat betreft de toegang tot zee van al onze havens, de bevaarbaarheid én de waterkwaliteit [3].

Ruimte voor mobiliteit
Gezien de doorzettende groei van de mobiliteitsvraag in alle sectoren en de druk op de leefomgeving die dit met zich meebrengt, is een goede bereikbaarheid (ook) in de toekomst niet vanzelfsprekend. Om onze steden, stedelijke regio’s en Nederland als geheel bereikbaar te houden (mobiliteitsgroei op te vangen) is extra ruimte nodig voor mobiliteit, zullen we de beschikbare ruimte voor mobiliteit beter moeten benutten én zullen we moeten sturen op een ruimtelijke ontwikkeling waarin locatiekeuzes mede worden ingegeven door bestaande en potentiële nieuwe knooppunt locaties die goed bereikbaar zijn of bereikbaar gemaakt kunnen worden. Mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling moeten hand in hand gaan, om onnodige extra bereikbaarheidsvraagstukken te voorkomen. Dat laatste zou ten koste gaan van onze economische dynamiek en de aantrekkelijkheid van ons land.

Het huidige mobiliteitssysteem staat in de stedelijke regio’s (met name in de spitsuren) als geheel onder druk en dat leidt tot een complexe opgave. De groeiende vraag naar mobiliteit resulteert in een toenemende druk op de verkeersruimte en de fysieke (milieu-)ruimte. Met een steeds intensiever gebruik van de verkeersruimte, en toename van het aantal vervoersmiddelen met ieder hun eigen snelheid, neemt daarbij ook het risico op ongevallen toe. Verkeersveiligheid blijft daarom een focuspunt. Het goed onderhouden, innoveren en slim gebruiken, verknopen, beter benutten en waar nodig uitbreiden van het mobiliteitssysteem is van wezenlijk belang om welvaart en maatschappelijke deelname mogelijk te (blijven) maken. In de meer landelijke regio’s en krimp- en anticipeergebieden speelt een andere problematiek: door toenemende afstand tot voorzieningen en relatief hoge kosten van collectieve vervoerswijzen (door een relatief kleine vervoersvraag) staat de bereikbaarheid van voorzieningen hier onder druk. De auto maakt door zijn flexibiliteit een grote diversiteit aan type verplaatsingen (van deur tot deur) mogelijk, maar het autoverkeer neemt relatief veel (leef)ruimte in, ruimte die in stedelijke gebieden steeds schaarser zal worden. Om deze mobiliteitsopgave het hoofd te bieden, is een transitie van het systeem noodzakelijk. Daarbij zetten we de verschillende vervoerswijzen in hun kracht: meer inzetten op lopen, fietsen en OV in de steden en OV tussen de centra van de steden. De elektrische fiets is een goed alternatief voor verplaatsingen binnen een regio van 15 tot 20 km, terwijl de auto geschikt is voor interregionale verplaatsingen. Een goede overstap tussen modaliteiten is belangrijk.

Belangrijk is om economische kerngebieden beter te verbinden. Om de concurrentiekracht van de Nederlandse economie te versterken, zorgen we voor snelle verbindingen tussen de belangrijkste steden en economische kerngebieden door het hele land en over de grens. Regionale centra en middelgrote steden blijven we verbinden. We zorgen ervoor dat het ook in 2050 nog zo is. We stimuleren innovaties gericht op bereikbaarheid in grote steden, en flexibele vraaggerichte mobiliteit in zowel de steden als de meer landelijke gebieden.

Keer terug naar de hoofdtekst


[1] Agenda IJsselmeergebied 2050, zie https://www.agendaijsselmeergebied2050.nl/
[2] Deze generatie betrof station Amsterdam Zuid c.q. de Amsterdamse Zuidas, de centraal stations van Rotterdam, Den Haag en Utrecht en de stations(omgevingen) van Arnhem en Breda.
[3] De Minister van IenW kondigde daarvoor intussen een Nota integraal riviermanagement aan.